Onderstaande belemmeringen worden op dit moment door het programma opgepakt. Wanneer een belemmering afgerond is, wordt deze met meer informatie over de belemmering en gevonden oplossing gepubliceerd op de pagina Afgerond.

 

 

Registratie Omschrijving belemmering                                             Domein Thema
35 Periodieke overproductie van biogas leidt tot lagere opbrengst. In de zomer is er meer productie van biogas dan vraag, dit drukt de prijs van het biogas. De productie in Nederland is echter nog steeds lager dan de totale vraag naar aardgas. BBE Mest & Vergisting
37 Geen toepassing voor algen die op een voedingsbodem van mest worden gekweekt. Algen die op mest groeien worden beschouwd als mest, zolang zij groeien in de mestbassins. Indien de algen worden gescheiden is het geen mest meer. BBE Voedsel
39 In de BBE wordt beperkt geïnvesteerd door durfkapitalisten. Bedrijven moeten grote investeringen doen om innovaties op te schalen naar een productieniveau. BBE Financiering
40 Transitie is in handen van gevestigde orde. Veel bedrijven investeren in fossilbased economy, waardoor de transitie beperkt van de grond komt. BBE Financiering
41 Terugverdientijd van investeringen in de BBE in Nederland meer dan 1 jaar. Hierdoor is het niet aantrekkelijk om te investeren in de BBE en kiest men voor de economie gebaseerd of fossiele grondstoffen. In deze sectoren kan namelijk wel een terugverdientijd van 1 jaar worden gerealiseerd BBE Financiering
45 Synthesegas (restgas)   uit een niet-BBE-installatie, mag niet worden gebruikt voor de productie in de BBE. Dit synthesegas wordt niet beschouwd als biobased en is hiermee een fossilbased grondstof. BBE Certificering
46 Octrooien kunnen BBE belemmeren en beperken. Bedrijven willen alleen in innovaties investeren, als deze door octrooien kunnen worden beschermd. Innovaties zijn in verschillende sectoren, zoals chemie, biotechnologie en de BBE niet eenvoudig te patenteren. BBE Certificering
64 Ministeries stimuleren naast groen gas ook elektrisch vervoer. Ministeries stimuleren elektrisch vervoer, hiermee wordt geen aandacht geschonken aan de mogelijkheden van groen gas als transportbrandstof. Geen stimulatie van rijden op groen gas door de overheid. BBE Financiering
70 Het Europese ETS-systeem (CO2-handel) maakt het voor grote VGI-bedrijven aantrekkelijk om reststromen in te zetten voor energiedoeleinden, in plaats van meer hoogwaardige toepassingen te kiezen zoals food of feed. BBE Level Playing Field
74 Overgang naar biomassa ketels, leidt tot een nieuwe omgevingsvergunning. Bedrijven die overgaan naar nieuwe ketels om biomassa te verstoken, moeten een geheel nieuwe omgevingsvergunning aanvragen. Hierbij wordt de gehele bedrijfsvoering tegen het licht gehouden. Een voorbeeld van een tuinder was dat hij hierbij strengere eisen kreeg opgelegd ten aanzien van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. BBE Hout
76 Aanpassingen emissie-eisen hebben invloed op hoeveelheid afvalwater. Door aanpassingen in emissie-eisen ontstaat er verandering in de bedrijfvoering. Dit heeft invloed op het afvalwater. BBE Mest & Vergisting
77 B-hout nu gezien als afvalstof en kan niet worden verstookt in biomassa ketel. B-hout valt niet onder de witte lijst, zoals die is opgenomen in de ‘EG-richtlijn inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties’ (Richtlijn 2001/80/EG). B-hout bevat geen verontreinigingen en is schoon en kan hiermee worden verstookt in een biomassa ketel. Omdat B-hout als afval wordt beschouwd valt dit onder Besluit Verbranden Afvalstoffen. Dit is een strenger regime en kan niet in biomassaketels worden toegepast. BBE Hout
78 Ontbreken toetsingscriteria voor duurzaam bouwen. Het ontbreekt aan toetsingscriteria voor het bouwen, waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe materialen uit ondermeer de BBE. Voor bijvoorbeeld het verankeren van het gebouw aan de fundering (BBE plastikzak met grond/massa) met duurzame plastiks zijn geen toetsingscriteria. De behandelend ambternaar kan hierdoor geen omgevingsvergunning t.b.v. de bouw verlenen. Dit is afhankelijk van uitleg door decentrale overheden. Nu moeten experts worden geraadpleegd van bijvoorbeeld TNO. Dit kost veel geld en leidt tot vertraging van de bouw. Deze vertraging leidt tot additionele kosten. Problemen met verkrijgen van KOMO-keurmerk, certificering en opname in STABU besteksystematiek De toepassing van hennep-vezel kan op verschillende punten niet voldoen aan het Bouwbesluit (o.a. EPC-normen en norm voor brandklasse A). BBE Groen Bouwen
81 Reststromen beschouwd als afval. Ondanks aanpassingen in de wet worden veel organische reststromen als afval beschouwd. Dit is afhankelijk van het type reststroom en het toepassingsgebied. In de praktijk leidt dit tot onnodige schakels en kosten in de keten, door extra vergunningen, boekhouding, afvalverwerkers, en verminderd imago. Hierdoor wordt de kans op een rendabele business case verkleind. BBE/VANG Afval/geen afval
82 Normering energieprestaties bouw niet uniform in EU. Gebouwen in Nederland moeten voldoen aan de Nederlandse energieprestatienormen. Ieder land binnen de EU heeft zijn eigen normering. Om materialen te kunnen gebruiken moeten ze aan deze normen voldoen. Het kost ondernemers veel geld om aan deze eisen te voldoen. Voor ieder land dient een onderzoek te worden uitgevoerd, waaraan hoge kosten zijn verbonden. Dit beperkt het gebruik van BBE materialen in de BBE. BBE Groen bouwen
83 Reststromen kunnen niet eenvoudig binnen de EU worden vervoerd. Binnen de EU is geen vrij vervoer van resttromen mogelijk, zoals dit wel onderdeel uitmaakt van de Resource Efficiëntie besluitvorming. Dit is nog niet geïmplementeerd, waardoor reststromen worden gedumpt. Hierbij vormen de eisen uit de EVOA-richtlijn een barrière voor ondernemers. Deze eisen leiden tot hoge administratieve lasten en nalevingskosten. BBE/VANG Afvaltransport
84 Het inzetten van industriële restwarmte bij vergistingsinitiatieven komt niet in aanmerking voor SDE+. Restwarmte uit een industrieelproces anders dan mestvergisting komt niet in aanmerking voor de SDE+ regeling. Ook wanneer deze warmte wordt gebruikt voor het drogen van het digestraat. Alleen de warme van de vergister zelf wordt gebruikt. Hiermee is grootschalige mestverwerking met gebruikmaking van industriële restwarmte niet kansrijk. BBE Mest & Vergisting
85 Biobased activiteiten niet mogelijk binnen bestemmingsplan. Biobased processen zijn niet altijd binnen de bestemmingsplannen mogelijk. Ten aanzien van vergisting heeft de overheid reeds verbeteringen doorgevoerd, maar voor andere activiteiten is dit nog steeds een belemmering. Extraheren, conserveren en verpakken componenten uit planten worden beschouwd als industriele activiteiten. Dit is binnen de agrarische bestemming niet mogelijk en bedrijven moeten lange en kostbare procedures doorlopen. BBE Mechanisme
87 Eisen rondom transport meststoffen streng. Nederlandse systematiek ten aanzien van transport en toepassing van meststoffen stringenter dan gehanteerde systematiek in overige EU landen. Dit beperkt de transport van meststoffen en de hoogwaardige toepassing hiervan. BBE Mest & Vergisting
92 Houtas kan niet als meststof in het bos worden teruggebracht. Volgens de huidige meststoffenwet mag houtas niet als meststof worden toegepast in bossen. VANG Mest & Vergisting
93 Opslag biomassa vraagt investeringen om geuroverlast te vermijden BBE/VANG Hout
94 Geen protocol voor het begassen van scheepsladingen houtchips. Import van houtchips van buiten de EU is niet goed mogelijk omdat een EU goedgekeurd protocol voor het begassen van scheepsladingen chips ontbreekt. Dergelijk materiaal moet vrij zijn van insecten en schimmelaantastingen om het risico op aantasting van Europese bossen te verkleinen. VANG Hout
95 Struviet gewonnen uit waterstromen van verwerkingsbedrijven van food-grade groene biomassa mag op dit moment niet als meststof gebruikt worden (met uitzondering van aardappel). Om de struviet als meststof te mogen gebruiken moet voor alle afzonderlijke groene biomassa (soorten gewassen) een (nauw gedefinieerd) proces doorlopen worden. Voor aardappel is op deze manier toestemming verkregen. Deze procedure is tijdrovend en kostbaar. BBE Mest & Vergisting
96 Door verbeterde waterzuivering (anaeroob / aeroob) worden normen overschreden voor wat betreft gehalten aan milieubezwaarlijke stoffen. Aeroob slib uit de agro-food kan hierdoor niet als feedstock voor anaerobe vergisting gebruikt worden. BBE Mest & Vergisting
97 Aeroob slib van waterzuiveringen bij Suikerunie fabrieken voldoet na vergisting niet aan de vereisten van de zogenaamde AA-lijst en mag daardoor niet verhandeld worden als meststof. BBE Mest & Vergisting
98 Van de akker via loof afgevoerde nutriënten mogen niet gecompenseerd worden. BBE Mest & Vergisting
99 Het ontbreken van een level playing field voor de toepassing van biomassa in de mineralenkringloop. BBE Level Playing Field
100 Omzetten van MEP beschikking naar SDE+ beschikking voor stoomproductiviteit uit biomassa. BBE Mest & Vergisting
101 Waterbelasting op hergebruik van water en stoomcondenstaat. BBE Financiering
102 Onduidelijkheid over ETS en CO2 emissierechtensysteem voor de locatie. BBE Level Playing Field
103 Zeefgoed van RWZI’s   vallen onder afvalregelgeving. Reststromen van RWZI’s worden beschouwd als afval. Dit staat nuttige toepassing voor bijvoorbeeld afdruipremmer in Asfalt in de weg. Bedrijven die het willen verwerken moeten een afvalverwerkingsvergunning aanvragen. Een groot aantal bedrijven doet dit niet vanwege hoge kosten en te nemen voorzieningen voor het verkrijgen van deze vergunning. Of omdat zij niet het imago van afvalverwerker wil hebben (vergunninghouders staan op een openbare lijst). VANG Afval-regelgeving
104 Insecten kunnen niet worden toegepast in voeding. Insecten worden gekweekt voor hun eiwitten. Insecten worden gezien als vee en vallen onder dezelfde regels, bijvoorbeeld ze moeten geslacht worden in een slachthuis. Insecten zijn ook nog niet toegelaten voor menselijek voeding. BBE Voedsel
106 Bemonsteringsplicht champost/paardenmest niet zinvol als het niet voor bemesting benut wordt. Bijv indien mest bedoeld is voor verbranding of strooisel. BBE Mest & Vergisting
107 Verbranden van papierslib van buurman moet aan zwaardere BLA Emissieeisen voldoen, verbranden van eigen papierslib moet aan minder zware BEES emissie eisen voldoen. BBE Mest & Vergisting
108 Zware toelatingsprocedure Biociden (I&M) en Gewasbeschermings middelen (EZ) via Ctbg. Dit houdt de kostprijs hoog van productie gewassen als hennep. BBE Financiering
109 Een bedrijf kweekt algen op “afval” stoffen waarin goede voedingsstoffen zitten. Een visproducent zegt deze algen niet te kunnen afnemen omdat algen gekweekt op dit soort substraat niet benoemd zijn in de handboeken. Deze producent wil graag afnemen omdat dit duurzamer is dan alternatief visvoedsel/ kweekvis uit bv. Vietnam. BBE/VANG Afval/geen afval
110 De biomassa stroom bermgras kent de status afval en de producten die hieruit worden geproduceerd moeten via een NTA 8080 procedure van de afval status ontheven worden. BBE/VANG Afval/geen afval
111 Er is geen garantiefonds voor biobased bouwmaterialen. Het is lastig en duur om de constructieve eigenschappen voor biobased materialen te berekenen. Daardoor is het moeilijk om de bouwer of opdrachtgever de gewenste zekerhied over de veiligheid en levensduur van de constructie te geven. BBE Groen Bouwen
112 Voor procesresiduen kan worden bepaald, als het aan bepaalde voorwaarden en criteria voldoet (KRA), dat het bijproducten zijn en geen afval. Hiervoor worden de criteria in de KRA gehanteerd. Als bijproduct kan het makkelijker worden ingezet als grondstof voor andere productieprocessen en zijn er meer afzetmogelijkheden (als het een afvalstof is dan heeft de verwerker een vergunning nodig). Transport van afval is administratief omslachtig en een vergunning is nodig. VANG Afval/geen afval
113 Er is te weinig nuancering binnen de EURAL codes waardoor sommige procesresiduen automatisch worden bestempeld als gevaarlijk afval. Bijvoorbeeld: filterkoek met esters (oleochemie) vallen automatisch onder euralcode 070110 * waardoor het automatisch als gevaarlijk afval wordt bestempeld. Het zelfde geldt voor tankbodems (euralcode 160708*). Hierdoor kunnen deze stromen alleen naar gespecialiseerde buitenlandse verwerkers wat de kosten opdrijft en toepassingsmogelijkheden beperkt. De ondernemer mist de mogelijkheid om evt. via analyse gegevens aan te kunnen tonen dat dit specifieke afval als “niet gevaarlijk” bestempeld kan worden. VANG Afval/geen afval
114 Een (oleo)chemie bedrijf loopt aan tegen een starre interpretatie door handhavers (oa ILT). Dit belemmert de dialoog over de oorspronkelijke intentie van wet- en regelgeving en het opzoeken van interpretatie en uitvoeringsruimte. VANG Mechanisme
120 Belemmeringen initiatief ‘close the loop’: Het initiatief behelst: (overheids-) ICT/telefoons inzamelen, gereed maken voor hergebruik, exporteren naar Afrika voor een 2e leven, weer inzamelen via eigen distributiekanalen, terug-verschepen naar Europa/NL en hier passend verwerken. VANG Afvaltransport
122 Van wie is het afval – wetgevingstechnisch gezien? (vergunningen noodzakelijk als inzamelaar? eigenaar, ontdoener van afval?). Tegen welke belemmeringen kun je aan lopen. VANG Afval-regelgeving
124 In het kader van Reach zijn bedrijven verplicht de registratiestatus van de gebruikte stoffen zelf te controleren. Gevaarlijke stoffen die voorkomen op de autorisatielijst mogen niet meer voorkomen in regranulaat tenzij autorisatie is aangemeld en goedgekeurd door ECHA (The European Chemicals Agency). Het is voor recyclers onmogelijk om autoristatiedossiers te maken. Daarbij komt dat de kosten voor onderzoeken hierbij dusdanig hoog oplopen voor de verschillende bedrijven dat alleen daardoor al recycling wordt belemmerd. Ecyclers die een mix aan kunststoffen innemen kunnen de registratiestatus van de gebruikte stoffen niet controleren. VANG REACH
125 End of Waste: De huidige onduidelijkheid over de status van recylinggranulaat belemmert acceptatie en hoogwaardige toepassing van deze producten. Ook zorgt de afvalstatus voor veel administratieve verplichtingen. Afnemers die veelal geen afvalverwerker zijn, moeten soms milieuvergunningen regelen enkel om recylinggranulaat te mogen verwerken. Dat draagt niet bij aan de recyclingdoelstellingen. VANG Afval/geen afval
129 Koffiedik (afval) als voedingsbodem voor oesterzwammen loopt vast op W&R en vergunning. VANG Afval/geen afval
130 Het initiatief om Amsterdamse gekapte bomen weer in de stad toe te passen in o.a straatmeubilair en speeltoestellen, loopt tegen wetten en regels aan: gemeente heeft convenant getekend dat ze alleen fsc hout toepassen (oa uit Azie). Lokaal hout mag niet gebruikt worden (officieel is afkomst niet bekend). VANG Hout
131 Regelgeving belemmert (innovatieve) toepassing van houtafval. B-hout heeft de status van afval en kan daardoor niet worden aangemerkt als biomassa voor een vergasser binnen het activiteitenbesluit. VANG Afval/geen afval
132 Bedrijven willen niet als afvalverwerker worden aangemerkt vanwege het imago van recycling. Daarnaast leidt verwerking van afvalstoffen tot verzwaring van administratieve lasten. VANG REACH
133 Afvalstatus houtachtige reststromen Tot nu toe gaat men in de handhaving en jurisprudentie uit van een brede uitleg van het begrip ‘afvalstof’. Veel houtachtige reststromen worden daardoor nu als afvalstof beschouwd, terwijl ondernemers – met name kleine ondernemers in de bos- en houtsector, zoals groenbeheerders – het in de praktijk beschouwen als een grondstof omdat er vrijwel altijd wel een nuttige toepassing voor te vinden is. Voor hen heeft de categorisering van ‘afval’, ‘einde-afval’ of ‘bijproduct’ sowieso weinig relevantie omdat zij het hout waar ze mee werken op milieuverantwoorde wijze kunnen afzetten. VANG Afval/geen afval
134 Geen level playing field bij verbranding hout. Bij verbranding van hout stelt NL zowel een input- als output eis (eis aan brandstof en eis aan emissie). Er is sprake van een ongelijk speelveld, omdat andere landen alleen een emissie-eis stellen. Met het stellen van de juiste emissie eis is het aan de verbrander om de juiste brandstof en/of verbrandingsluchtreiniging te kiezen opdat milieuverantwoord groene energie uit hernieuwbare brandstof kan worden opgewekt. VANG Level Playing Field
135 Vergunningsplicht voor inzamelen van afgedankt textiel belemmert de inzamelingsinitiatieven van o.a. webwinkels. VANG Afval-regelgeving
136 Autonome bevoegdheden van gemeenten zijn ongunstig voor het verhogen van de efficiëntie van textielinzameling. VANG Afval-regelgeving
137 Mogelijkheden voor experimenteerrruimte in vergunningen zijn onbekend. Vergunningverlenende gemeenten én bedrijven zijn te weinig op de hoogte van de mogelijkheid om in de vergunning of middels tijdelijke ontheffing van bepaalde vergunningseisen of regelgeving experimenteerrruimte te creëren voor ketenprojecten. VANG Afval-regelgeving
138 Lokale toepassing van biotische reststromen als veevoer (vb voeren van schapen met uienresten van voedingsmiddelenindustrie) wordt belemmerd door afvalwetgeving. VANG Afval/geen afval
139 Niet altijd duidelijk of een stof op de groene of op de oranje lijst voorkomt: wat creëert die onduidelijkheid en hoe zou die kunnen worden weggenomen? VANG Afvaltransport
140 Stoffenbeleid (Reach + POP verordening) en recyclingdoelen met elkaar verenigen: naar materiaalstromen zonder zeer-zorgwekkende stoffen (zzs); Onder voorwaarden zzs in recyclaat toetsaan. Voorbeeld 1: kunststoffen uit de bouw (grote toename verwacht) + REACH geeft beperkingen omdat er in oude kunststoffen additieven gebruikt zijn die in de huidige regelgeving verboden zijn. Dit beperkt de recyclingsmogelijkheden. Voorbeeld 2: in bepaalde oudere pvc producten zitten POP-verdrag stoffen, daarvoor geldt verplichte uitfasering. Hierdoor kan een deel van gebruikt PVC niet gerycycled kan worden. VANG REACH
141 Afnemers van recyclaat eisen garantie dat recyclaat vrij is van lange lijst REACH- en POP stoffen. VANG REACH
143 Veranderde beoordeling bij aanvraag wijzigingsvergunning voor de verplaatsing van een Pharmafilter. Het Pharmafilter vervangt de bestaande filterinstallatie en heeft eenzelfde capaciteit als de bestaande. Het nieuwe Pharmafilter is verbeterd ten opzicht van het eerste ontwerp. Het reeds vergunde Pharmafilter wordt bij de wijzigingsfilter opeens anders beoordeeld. VANG Mechanisme
144 Momenteel te veel belemmeringen in regelgeving en onduidelijkheid over risico’s om oud frituurvet te verwerken tot biodiesel. BBE/VANG Afval/geen afval
147 Berekening en waardering gewasbeschermingsregelgeving BBE Mest & Vergisting
148 Driftarme technieken niet in het activiteiten besluit BBE Mest & Vergisting
149 Banken die zelf onder curatele staan. Aanvragen met overheid- steun/garantie worden dan niet aangevraagd. De onderneming zit dan per ongeluk in de verkeerde streek bij de verkeerde bank. Ontwikkelingen en kosten, patentaanvragen enz. lopen door, en kapitaal om innovatieve groei te financieren blijft achterwege. De rente stijgt (13%) en de ruimte op de lopende rekening moet versneld afgelost worden. BBE Financiering
150 De doorlooptijd van financieringsaanvragen is te lang. Duurt vaak een jaar. BBE Financiering
151 Afvalstoffen_ die opgewerkt kunnen worden tot secondaire grondstoffen_ mogen maximaal 1 jaar worden opgeslagen op grond van art 11e Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen( BSSA). Dit beperkt de beschikbaarheid van secundaire bouwstoffen die op termijn kunnen worden gerecycled, waardoor de markt aanbod gericht blijft ipv de vraag gericht.   Hierdoor kunnen de secundaire bouwstoffen niet in de vraagmarkt kunnen concurreren, waardoor er een laagwaardige toepassing plaats vindt dan mogelijk. VANG Afval-regelgeving
152 Fundamentele vraagstukken, in de relatie tussen Reach en CE o.a. – BBE stoffen een goede vervanger kunnen zijn voor fossiele stoffen. De vraag hierbij is of REACH een hulpmiddel kan zijn om deze stoffen op de markt kan krijgen. Daarnaast zijn er signalen dat grote bedrijven het instrument REACH gebruiken om alternatieve stoffen van veelal MKB bedrijven   tegen te houden. Lastig is dat er momenteel onvoldoende concrete signalen zijn om met deze vragen verder te verkennen. Hierop zullen we wel alert zijn. – BBE stoffen, mede door het vaak nieuwe karakter, meer dan gemiddeld onderzoek moeten doen om zich bij Reach te kunnen laten registreren. – MKB bedrijven zijn niet altijd op de hoogte van de strenger wordende REACH eisen, ook bij kleinere hoeveelheden productie. BBE/VANG REACH
153 = 145 Nationale Milieu Database.

  • Geen handhaving op een dergelijke analyse (duurzaamheid/materiaalkeuzes) bij bouwwerken
  • Materialen worden (nog?) te generiek beschouwt. Zo levert toepassen van duurzaam hout geen voordeel op in de berekeningen.
  • Onderscheidend vermogen door andere materiaalkeuzes zijn beperkt.
  • NMD gaat voorbij aan de feitelijke toepassing van materialen. Goed ontwerpen, waardoor materialen veel langer meegaan of minder onderhoud nodig hebben, wordt niet beloond.
  • Materialen worden niet beoordeeld naar hun verwerking. Zo wordt er bij beton geen rekening gehouden met bekistingen.
  • Producten zijn sterk onvolledig, op generiek niveau maar zeker op   merkniveau. Kosten voor opname in de klasse 1 of 2 is kostbaar en klasse 3 kent een “boete” in de vorm van een toeslag. Dit werkt sterk in het nadeel van kleine en innovatieve bedrijven.
  • LCA’s kijken naar de hele wereld. Landelijke voor- of nadelen worden niet verwerkt, behoudens transportkosten.
BBE Groen Bouwen
154 De definitie van biomassa staat het toepassen van snoeihout, afkomstig van beheer en onderhoud, in Bio-energiecentrales niet toe. VANG Afval/geen afval
155 Besluit Beheer Batterijen en Accu’s schrijft voor dat alle afgedankte batterijen en accu’s gerecycled moeten worden en produkthergebruik is dus niet toegestaan. VANG Afval/geen afval
158 Obstakel circulaire economie: brandstofaccijns op gebruikt frituurvet De ondernemer heeft het voornemen als launching customer het eerste exemplaar in gebruik te nemen dat oude frituurolie met een enzymmatig proces om gaat zetten in biodiesel voor eigen gebruik. Circa 10.000 liter per jaar. Daarnaast komt er mogelijk een aanvullende stroom frituurolie van derden naar de ondernemer omdat het apparaat wel een grotere capaciteit heeft en de ondernemer totaal 20.000 liter diesel denkt nodig te hebben. In deze casus moet over elke geproduceerde liter biodiesel € 0,46 aan brandstofaccijns met de fiscus worden afgerekend. De ondernemer wil een vrijstelling hiervan; op zijn minst voor de verwerking van de eigen frituurolie, maar eigenlijk voor de hele productie. BBE Accijnzen en belastingen
159 Fosfaat verkregen uit groene biomassa kan niet toegepast worden in de landbouw. Fosforhoudend erts moet daarom Nederland ingevoerd worden. BBE Afval/geen afval
164 Natuur en milieupakketbezorgers willen afval retour meenemen maar het zijn o.a. regels die dit tegenhouden VANG Afvalregelgeving
165 Palladium wordt gezien als afval ipv bijproduct VANG Afval/geen afval
166 Fasering vergunningentraject transformative bodemas VANG Afvalregelgeving
 167 AEC malen in Duitsland tot cement poeder: EVOA  VANG  Afvalregelgeving
 169 Belemmeringen bij een efficiënte retourlogistiek van afvalstoffen, mbt het grensoverschrijdend vervoer en de binnenlandse regels en handhaving.  VANG  Afvaltransport
 170 Mogelijkheden voor experimenteerruimte in vergunningen zijn onduidelijk  BBE/VANG  Mechanisme
 174 Struviet als grondstof voor kunstmest  BBE/VANG  Mest